• in

    Column: lege kruispunten

    Rome in augustus: lege straten

    Voor wie werkt in Rome is de tweede helft van augustus is een heerlijke periode. De grote uittocht, die op de laatste zaterdag van juli is begonnen, is kort voor Ferragosto, de feestdag op 15 augustus die al door de gelijknamige keizer is ingesteld, wel voltooid.

    Op kantoor heerst zodoende een weldadige rust. De Italiaanse zaken- en gesprekspartners zijn massaal op vakantie, de mailstroom is opgedroogd, er gaan dagen voorbij zonder ook maar één telefoontje en zelfs de permanente verkiezingscampagne, waarin de Italiaanse politiek is ontaard, is even op een laag pitje gezet.

    Komkommertijd

    Alleen vice-premier Matteo Salvini, de ware leider van het kabinet van Lega en Vijfsterrenbeweging, laat af en toe een vlieger op vanaf het strand van Milano Martitima. Zo pleit hij sinds een paar dagen voor herinvoering van de dienstplicht, om de jeugd orde en netheid bij te brengen.

    Daar komt natuurlijk niets van terecht – de  minister van Defensie deed het voorstel af als een ‘romantische gedachte’ -, maar het is weer goed voor een paar dagen nieuws in de komkommertijd en daar is het ook om te doen.

    Weinig dringende zaken dus, behalve op de consulaire afdeling, waar de collegae het zoals elke  zomer razend druk hebben met landgenoten die in de stadsbus, aan het strand of op de camping gerold, beroofd of uitgeschud zijn.

    (Wellicht nog eens ten overvloede: neem geen portefeuilles mee in handtasjes of kontzak, pas op voor lieden die je op straat aanspreken met kulverhalen en laat niets van waarde achter in auto of in tent!)

    Voor de anderen zijn het dagen van bezinning en voorbereiding op de drukke maanden van het najaar: archiveren, mails opschonen, beleidsplan schrijven en de anders ongekende luxe van een duik in het zwembad tussen de middag.

    Geen verkeer, wel toeristen

    Maar het mooiste van deze dagen is toch het verkeer, of liever gezegd het ontbreken ervan. Straten waar je de rest van het jaar wordt gepijnigd door files, getoeter en smog, zijn in deze twee, drie weken bevrijdend leeg.

    Normaal gesproken stervensdrukke kruispunten stralen nu de surrealistische verlatenheid uit van een schilderij van De Chirico. En waar ik op mijn fietsje anders steevast door nijdige automobilisten naar de uiterste rand van de weg word gedwongen, kan ik nu met losse handen breeduit over het asfalt zwabberen.

    In het centrum is het uiteraard wel anders. De Romeinen zijn op vakantie, maar Rome is vol met vakantiegangers. Maar liefst 10 miljoen zijn het er dit jaar, samen goed voor zo’n 25 miljoen overnachtingen (ruim 6% meer dan in 2017), en dat is te zien ook.

    Voor de Trevifontein is het zelfs zo vol dat een Nederlandse en een Italiaanse ‘dame’ daar onlangs een geruchtmakend gevecht voerden om de beste plek voor een selfie.

    Maar zodra je een beetje van de toeristische highlights verwijderd bent, dan wordt het fietsen of wandelen door de stille straten van de lege stad een onthechtende ervaring.

    En de temperatuur?

    Het is wel warm, al wordt dat wel eens overdreven. Ik realiseer me dat ik met goed werkende airco op kantoor en in de slaapkamer makkelijk praten heb, maar zo verschrikkelijk heet is het nu ook weer niet.

    35 graden in augustus is gewoon normaal voor Rome en dan kun je tussen 12 en 5 beter zo veel mogelijk onder dak blijven en geen wandeltocht met zware bepakking ondernemen.

    Maar 40 graden hebben we dit jaar nog niet gehad en tegen de avond wordt het weer aangenaam en stromen de terrassen van cafés en restaurants vol.

    Na een dag binnen zitten gaat ook van mijn dakterras een onweerstaanbare verlokking uit. Wanneer de zon ter kimme neigt en de stad nog nazindert van de hitte van de dag, dan is het daar met vers fruit en koele witte wijn heel wel te wezen. Ook in augustus, juist in augustus!

  • in

    Badmuts: verplichte kost in Italië?

    De badmuts in Italië: grote irritatie onder toeristen

    Op vakantie in Hongarije (ja, eens een keertje wat anders 😉 ) sprak ik een Nederlands stel. Ze wilden eigenlijk al jaren een keer naar Italië op vakantie, maar zagen de verplichte badmuts in het zwembad niet zitten. Dat had ze tot nu toe zelfs tegengehouden om een vakantie in Italië te boeken: het werd het Balatonmeer in plaats van het Gardameer.

    Het is niet de eerste keer dat ik dit verhaal hoor, daarom wilde ik er maar eens een blogje aan wijden.

    Is een badmuts verplicht in Italië?

    Allereerst het antwoord op de prangende vraag. Is een badmuts verplicht? Ja, volgens de letter van de wet is het verplicht om in openbare zwembaden en zwembaden op campings een badmuts te dragen. Dat heeft met strenge hygiëne-eisen volgens de Italiaanse wetgeving te maken.

    Omdat vrijwel niemand eraan denkt om voor het hele gezin badmutsen in de bagage te stoppen, kun je deze vaak ook ter plekke kopen. Of je krijgt zo’n wegwerpexemplaar bij het zwembad of het spa- en wellnesscentrum.

    Huren of lenen zie je ook nog weleens. Maar dat vind ik helemaal vreemd. Over hygiëne gesproken.

    Waarom badmuts Italië?
    De beruchte badmuts in Italië (bron: aqua-splash.nl)

    Waarom een badmuts in Italië?

    Goeie vraag die vaak aan Google wordt gesteld, zoals we al eerder hadden geconstateerd. Het is net als met de verplichte zwemslip (de zogenoemde Speedo-regeling) in Frankrijk. Het heeft met een soort mediterrane obsessie voor ziektekiemen te maken.

    Vanuit hygiënisch standpunt moet je dus in het algemeen in elk zwembad een badmuts op. Tot irritatie van veel toeristen. De meesten vinden het vooral voor kinderen vervelend: zwembad in, badmuts op, zwembad uit, badmuts af.

    En ook als je op de versiertoer bent voor een knappe Italiaan of Italiaanse is zo’n badmuts maar een afknapper, natuurlijk.

    Werkt het ook?

    Er zullen mensen zijn die zeggen dat een badmuts voorkomt dat het water vies wordt met huidschilfers, haren en andere viezigheid die van je hoofd kan komen. Maar die viezigheid kan natuurlijk ook op andere plekken op je lichaam zitten.

    Daarnaast zie je vaak dat die badmuts alleen maar over het hoofd wordt getrokken omdat het moet: de plukken haar of soms zelfs lange haren komen er vaak gewoon onderuit.

    Bovendien is het niet zo dat Nederlandse of Belgische zwembaden heel vies zijn doordat we hier géén badmuts hoeven te dragen. Het is dus volgens mij meer een cultureel dingetje dan hygiënische noodzaak.

    In plaats van een badmuts kun je beter vragen van mensen om zich eerst af te douchen voordat ze het zwembad ingaan. Als iedereen dat doet ben je ook al een heel eind verder met de hygiëne.

    Maar goed, in Italië hebben we nu eenmaal te dealen met de badmuts.

    De badmuts in de campingreglementen
    De badmuts in de campingreglementen (bron: Camping Cisano/San Vito)

    Zijn er uitzonderingen?

    In vrijwel alle openbare zwembaden van enige diepte zul je een badmuts moeten dragen en in principe is het ook verplicht voor campings. Vooral voor campings waar veel mensen komen, zoals die rond het Gardameer en in het hoogseizoen.

    Campings kunnen wel een ontheffing van de badmutsplicht aanvragen en sommige hebben dat in de afgelopen jaren ook gedaan. Bijvoorbeeld omdat ze veel klachten van hun Nederlandse en Belgische gasten hebben gekregen.

    De camping zal aan moeten tonen maatregelen te hebben genomen om ervoor te zorgen dat het water schoon blijft.

    Als een camping zo’n ontheffing heeft gekregen, dan moet het zwemwater vervolgens extra worden gecontroleerd op vervuiling.

    Nog nooit een badmuts gedragen

    Overigens wordt ook op campings zonder badmutsontheffing lang niet altijd gehandhaafd. Zo gaat het vaak in Italië: er zijn regels, maar je hoeft je er niet per se aan te houden.

    Zelf hebben we eigenlijk nog nooit een badmuts opgezet in Italië. De camping had er een vrijstelling voor of de camping handhaafde het gebod niet.

    En naar openbare zwembaden gaan we eigenlijk nooit, omdat we altijd wel een privézwembad, een meertje, een riviertje of de zee in de buurt hebben.

    Maar als je je zorgen maakt over de badmuts kan ik me zo voorstellen dat je dit risico niet wilt nemen.

    Campings zonder badmuts

    Er zijn behoorlijk wat campings waar je geen badmuts op hoeft. Ook niet volgens de officiële regels. Sowieso zie je het minder vaak bij kleinere campings of campings die zich niet in de toeristische gebieden bevinden.

    Aan de foto’s op Google of die van de campings zelf kun je vaak al wel afleiden of er een badmutsplicht geldt of niet. Of kijk even in het campingreglement dat je vaak ook op de website kunt vinden. En anders biedt Zoover of een andere recensiesite vaak uitkomst.

    Geen badmutsen op de website van Camping Levico
    Geen badmutsen op de website van Camping Levico (bron: campinglevico.com)

    Er zijn zeker ook grote campings aan het Gardameer zonder badmutsplicht:

    • Camping Bella Italia
    • Camping Piantelle
    • Camping Du Parc
    • Camping Lido
    • Camping Piani di Clodia
    • Camping Village Weekend

    Een aantal van deze campings vind je trouwens ook terug in het lijstje met de mooiste campings rond het Gardameer!

    Weet je meer campings rond het Gardameer zonder badmutsverplichting, geef die dan aan ons door.

    Steeds meer campings beseffen dat niet alle toeristen geneigd zijn om een stukje plastic over hun hoofd te trekken.

    Gezocht: campings in Italië zonder badmuts
    Gezocht: campings in Italië zonder badmuts (bron: Google)

    Camping Village Weekend aan het Gardameer heeft voor dit vakantieseizoen extra filters en pompen aangebracht en vervolgens een ontheffing aangevraagd bij de overheid, zo las ik in De Telegraaf.

    De Nederlandse directeur Loek van de Loo legt uit: ‘Op de camping zitten 80% Nederlanders. Iedereen is blij met de afschaffing van de badmutsplicht. Je zag meteen niemand meer met een badmuts op. We krijgen nu wel extra controles van de autoriteiten, maar dat is prima.’

    Wat ik maar wil zeggen: als je graag naar Italië wilt, laat je dan niet tegenhouden door zoiets als de badmutsplicht. Als je er geen wilt dragen, zijn er mogelijkheden genoeg.

    Je kunt via Google of de camping zelf vrij gemakkelijk uitzoeken of er gehandhaafd wordt op badmutsen of niet. Sommige boekingswebsites bieden zelfs zoekfilters aan om de ‘campings zonder badmuts’ te vinden.

    Wat vind jij eigenlijk van de obsessie met badmutsen in Italië?

  • in ,

    Mooie Italiaanse dorpen: Corinaldo

    Vaak moet je in Italië even verder kijken dan de toeristische highlights om de echte pareltjes te ontdekken. Zo ook in De Marken, waar de meeste mensen op trekpleisters als Urbino, Ancona, Ascoli Piceno en Loreto afkomen. Maar je vindt er ook dorpen als Corinaldo, dat we onlangs met recht een van de mooiste plekken in De Marken hebben genoemd. Hoog tijd om het eens verder te verkennen!

    De ligging van Corinaldo in De Marken
    De ligging van Corinaldo in De Marken (bron: Google Maps)

    Onlangs maakte ik een trip naar Corinaldo, dat door de Italianen zelf als ‘een van de mooiste dorpen van Italië’ wordt bestempeld.

    Corinaldo ligt even landinwaarts bij de eveneens mooie badplaats Senigallia, ruwweg tussen de grote steden Urbino en Ancona in.

    Direct bij het parkeren van de auto wordt al duidelijk dat we hier met een bijzonder Italiaans dorp of een stadje te maken hebben.

    Burchtdorp Corinaldo

    Een van de middeleeuwse poorten van Corinaldo
    Een van de middeleeuwse poorten van Corinaldo

    De toegang tot Corinaldo wordt gevormd door een burcht met een geheel intacte poort en een stadsmuur die zeer goed bewaard is gebleven. Het doet meteen sprookjesachtig aan.

    De plattegrond van Corinaldo
    De plattegrond van Corinaldo (bron: corinaldo.it)

    Eenmaal binnen de muren van Corinaldo zie je wel een paar dagjesmensen lopen, maar het dorp doet absoluut niet toeristisch aan.

    Dit is echt zo’n plek die wordt overgeslagen ten faveure van grotere attracties in de omgeving.

    De massieve stadsmuren van Corinaldo
    Wandelroute van de stadsmuren
    Wandelroute van de stadsmuren

    Uitzicht over De Marken

    Corinaldo ligt hoog op een heuvel en vanuit het dorp heb je vanaf verschillende plekken een geweldig uitzicht over het Marchiaanse landschap. Eenmaal binnen de robuuste stadsmuren kun je helemaal rond het dorp lopen.

    Zicht op het Marchiaanse landschap
    Zicht op het Marchiaanse landschap

    Op warme dagen kan dit nog behoorlijk inspannend zijn, want het is op sommige plekken flink klimmen. Maar de uitzichten en de pleintjes langs deze route maken het meer dan goed. Ook kun je her en der een trappetje op om een hoger gelegen deel van de muur of een toren te bezoeken.

    Je kunt een route lopen langs de binnenzijde van de stadsmuren van Corinaldo
    Je kunt een route lopen langs de binnenzijde van de stadsmuren van Corinaldo

    La Piaggia: trap met 100 treden

    Het centrale plein van Corinaldo kun je niet missen. Het heet La Piaggia en het is eigenlijk meer een enorme trap dan een plein. De trap telt maar liefst honderd treden en aan weerskanten vind je prachtige bloemen, verweerde deuren, balkons en het terrasje van een restaurant.

    La Piaggia in Corinaldo met de put in het midden van de trap
    La Piaggia in Corinaldo met de put in het midden van de trap
    Op de stadsmuur van Corinaldo
    Op de stadsmuur van Corinaldo

    De put van Corinaldo

    Ongeveer in het midden staat dé attractie van Corinaldo en dat is een oude waterput. Deze Pozzo della Polenta stond hier ook al toen er nog helemaal geen trap, maar alleen een heuvel was.

    Volgende de legende rustte ooit een boer met zijn zak maïsgriesmeel bij de put uit, waarbij hij de zware zak op de rand zette. Hij lette niet op en de zak meel viel in de put.

    Ketting boven de Pozzo della Polenta in Corinaldo
    Ketting boven de Pozzo della Polenta in Corinaldo

    De boer kroop in de put om zijn meel te redden, maar bleef vervolgens in de put achter om van zijn zo ontstane gerecht polenta te genieten.

    Het schijnt dat de boer er nog steeds in zit en dat soms zijn barbecue kunt ruiken. Volgens de dorpelingen dan, hè?

    Verweerde deur aan Via La Piaggia
    Verweerde deur aan Via La Piaggia

    Hoe dan ook, dit soort urban legends geven zo’n stadje net wat extra’s. Dus de plaatselijke VVV doet er goed aan om het ten volle te benutten.

    De San Francesco (midden) en het Santuario di Santa Maria Goretti (rechts) in Corinaldo
    De San Francesco (midden) en het Santuario di Santa Maria Goretti (rechts) in Corinaldo

    Maar ook het Palazzo Comunale, het Teatro Comunale en de kerken San Francesco en het Santuario di Santa Maria Goretti zijn schitterend om te zien.

    Sint Maria Goretti in het Heiligdom van Maria Goretti
    Sint Maria Goretti in het Heiligdom van Maria Goretti
    De heilige Maria Goretti van Corinaldo
    De heilige Maria Goretti van Corinaldo (foto: Wikimedia)

    Het verhaal van Maria Goretti

    Nog groter dan de legende van de polenta-put is namelijk het verhaal van Maria Goretti, het meisje dat de patrones is van alle jonge meisjes die met aanranding en verkrachting te maken hebben gehad.

    Maria Goretti werd geboren even buiten Corinaldo op 16 oktober 1890 en is een heilige voor de Katholieke Kerk. Ze stierf al op 11-jarige leeftijd doordat Alessandro Serenelli haar met 14 messteken dodelijk had verwond, nadat ze had gevochten voor haar leven.

    Serenelli wilde haar aanranden en verkrachten. Op haar sterfbed in het ziekenhuis (ze stierf uiteindelijk 2 dagen later) vergaf Maria Goretti haar moordenaar.

    Serenelli werd veroordeeld tot 30 jaar dwangarbeid. Tijdens zijn gevangenschap kreeg hij een visioen van het meisje en nadat hij was vrijgelaten vroeg hij Maria’s moeder tijdens Kerstmis 1937 om vergeving. Ook zij gaf hem die direct.

    Daarna werd de moordenaar van Maria Goretti een Kapucijner monnik. Pas in 1970 stierf hij.

    Heiligverklaring

    Op 27 april 1947 werd Maria Goretti zalig verklaard en op 24 juni 1950 werd zij door Pius XII op het Sint-Pietersplein in Vaticaanstad tot heilige verklaard. Dat gebeurde in aanwezigheid van zowel Maria’s moeder als haar moordenaar. Een unieke gebeurtenis in de geschiedenis van de Katholieke Kerk.

    In Nederland en België vind je ook een aantal katholieke basisscholen die vernoemd zijn naar Maria Goretti. Het lichaam van Maria Goretti ligt in een tombe in Nettuno, even ten zuiden van Rome.

    Het geboortehuis van Maria Goretti, even buiten Corinaldo
    Het geboortehuis van Maria Goretti, even buiten Corinaldo (bron: santamariagoretti.it)

    Even buiten Corinaldo kun je ook het geboortehuis van Maria Goretti bezoeken. Deze plek is ingericht als een museum en een bedevaartsoord.

    Pleintje buiten de stadsmuren van Corinaldo
    Pleintje buiten de stadsmuren van Corinaldo

    Festa del Pozzo della Polenta

    Mocht je rond de derde zondag in juli in de buurt van Corinaldo zijn, dan tref je hier een groot middeleeuws feest aan.

    Tijdens het Festa del Pozzo della Polenta (het feest van de polenta-put) maak je kennis met oude ambachten, de kunsten van valkeniers, vaandeldragers en zwaardvechters en geniet je van de historische optocht die door de pittoreske straatjes van Corinaldo trekt.

    Terrastip in Corinaldo

    De mooiste plek om wat te drinken en even op adem te komen nadat je het hele dorp hebt rondgewandeld is het terras van Osteria de Scuretto boven aan de trap.

    Uitzicht vanaf het terras van Osteria Scuretto op het centrale plein in Corinaldo
    Uitzicht vanaf het terras van Osteria Scuretto op het centrale plein in Corinaldo

    Hiervandaan heb je het mooiste uitzicht. Met een drankje bij de hand en onder de schaduw van de grote parasols kun je genieten van de schitterende, rustige en inspirerende plek die Corinaldo is.

    Uiteraard kun je er ook terecht voor een lunch of een diner.

    Doorkijkje in Corinaldo
    Doorkijkje in Corinaldo

    Bekijk ook deze video van Senigallia, Corinaldo en omgeving en – voor zover je nog niet overtuigd was – je wilt er onmiddellijk zelf naartoe:

    Foto’s: Edward Hendriks

  • in ,

    De 15 mooiste plekken in de Apennijnen

    Je kunt er, letterlijk en figuurlijk, niet om heen als je Italië doorkruist: de Apennijnen. De bergketen loopt vanuit Ligurië naar het zo’n 1.300 kilometer zuidelijker gelegen Calabrië en eindigt op Sicilië. Niet gek dus dat deze ruggengraat en zijn uitlopers vrij bepalend zijn voor het Italiaanse landschap; zonder zou er niks overblijven van de lichtgrijze bergmassieven in de Abruzzen, die beroemde Toscaanse heuvels of die prachtige bergdecors die altijd wel ergens op de achtergrond te ontdekken zijn.

    Paradijs

    De Apennijnen zijn een paradijs voor iedereen die op vakantie graag actief is in de natuur en de buitenlucht. Maar je hoeft niet per se sportief bezig te zijn of rond te wandelen in een van de vele natuurreservaten die je er kunt vinden.

    Verspreid door het hele berggebied liggen van noord tot zuid namelijk prachtige steden, vestigingsstadjes en oude kastelen om te bezoeken. En op warme zomerdagen zijn de bergen een ideaal toevluchtsoord voor iedereen die op zoek is naar een beetje verkoeling.

    • Wat kun je doen in de Apennijnen en wat zou je eigenlijk niet mogen missen?
    • Wat zijn nu dé bezienswaardigheden in de Apennijnen?
    • Wat zijn de allermooiste plekken die je echt moet zien?

    Dat ligt helemaal aan waar in Italië je bent. Omdat de bergketen zo uitgestrekt is, hebben we de mooiste plekken verdeeld over de drie stukken waarin je de Apennijnen kunt opsplitsen:

    De Apennijnen in Noord-, Midden- en Zuid-Italië
    De Apennijnen in Noord-, Midden- en Zuid-Italië (bron: Wikimedia)

    Zo ligt er vast iets in de buurt van jouw vakantieplek en kun je zelf de mooiste plekken van de Apennijnen in jouw omgeving ontdekken.

    Het noordelijke deel van de Apennijnen

    De noordelijke Apennijnen lopen van Ligurië tot aan de bergpas Bocca Trabaria, iets ten zuiden van het punt waar de regio’s Toscane, De Marken en Umbrië elkaar raken. Of, kijkend naar een landkaart, is het noordelijk deel alles van de bergketen wat boven de lijn ligt die je van Livorno naar Ancona zou kunnen trekken.

    In dit deel van de Apennijnen kun je de bronnen vinden van de rivieren de Arno en de Tiber. De Monte Cimone is er met zijn 2.165 m de hoogste top, maar waarschijnlijk is de Monte Titano, die tot het territorium van San Marino behoort, een bekendere naam.

    Wat zou je echt eens moeten zien als je in de buurt bent van de noordelijke Apennijnen?

    1. Bobbio

    Bobbio is een kleine stad in de provincie Piacenza. Het is bekend vanwege zijn middeleeuwse sfeer, de thermen en de lange Ponte del Diavolo, de duivelsbrug, over de de rivier de Trebbia die de stad verbindt met de weg naar Piacenza.

    Het middeleeuwse Bobbio
    Het middeleeuwse Bobbio (foto: Sergio & Gabriella – Flickr)

    In de vroege middeleeuwen, rond 615 n.Chr. was het een van de belangrijkste centra voor het westerse kloosterleven. De Ierse monnik Columbanus stichtte er een klooster dat al snel één van de belangrijkste en meest prestigieuze bibliotheken van het hele christendom ontwikkelde.

    Het klooster stond model voor het klooster in Umberto Eco’s roman De naam van de roos. Tot op vandaag de dag worden er nog steeds enkele van de oudste en meest kostbare Latijnse manuscripten uit de geschiedenis bewaard. Behalve de abdij zijn ook de dom en het kasteel Malaspina in het centrum een bezoek waard.

    De Romeinse brug in Bobbio
    De Romeinse brug in Bobbio (foto: Pixabay)

    In Bobbio is elk seizoen wel wat te beleven. In de winter kun je er skiën, in de lente en de zomer is het er heerlijk koel vertoeven in de schone natuur om de stad heen en in de herfst kun je genieten van uitzichten met prachtige herfstkleuren.

    2. Rocchetta Mattei in Riola

    Op zo’n 45 kilometer van Bologna ligt in de Apennijnen tussen Toscane en Emilia-Romagna een heel bijzonder kasteel: de Rocchetta Mattei. Het werd in de 19e eeuw gebouwd door graaf Cesare Mattei op de overblijfselen van een oud middeleeuws kasteel dat ooit tot de bezittingen van Mathilde van Toscane behoorde. Na restauratiewerkzaamheden is het kasteel in 2015 opengesteld voor het publiek.

    De graaf hield persoonlijk toezicht op de bouw van het kasteel, dat middeleeuws gothische elementen combineert met de Moorse stijl. De Rochetta is een betoverende plek, vol met kleine kamers die prachtig zijn gedecoreerd en met elkaar in verbinding staan door een doolhof van gangen, loges, wenteltrappen en torens.

    Het interieur in Moorse stijl van de Rocchetta Mattei
    Het interieur in Moorse stijl van de Rocchetta Mattei (foto: Wikimedia)
    Graaf Cesare Mattei
    Graaf Cesare Mattei (foto: Wikimedia)

    De meest bijzondere plekken in het kasteel zijn Il Cortile dei Leoni, dat een reproductie is van de binnenplaats van het Alhambra van Granada en de kapel die werd gebouwd na het evenbeeld van de kathedraal van Cordoba.

    Cesare Mattei bouwde het kasteel met een heel specifieke reden: hij wilde er kunnen werken aan zijn uitvinding van de elektrohomeopathie, een medicijn op basis van kruiden en een geheim proces dat bedoeld was om de mensheid van alle ziektes te genezen.

    De graaf en zijn kasteel werden door de verspreiding van het medicijn wereldberoemd. De Russische schrijver Dostojevski noemt het zelfs in zijn roman De gebroeders Karamazov.

    3. Nationaal Park Cinque Terre

    Dit park omvat zowel het dichtbegroeide binnenland, de zee waar de Apennijnen de kustlijn van vormen als natuurlijk de vrolijk gekleurde Cinque Terre.

    In 1997 zijn de vijf dorpen van Cinque Terre opgenomen in de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De dorpjes Vernazza, Manarola en Riomaggiore worden als de mooiste beschouwd worden vanwege hun spectaculaire ligging aan zee, maar Corniglia en Monterosso al Mare zijn ook absoluut een bezoek waard.

    Vernazza, Cinque Terre
    Vernazza, Cinque Terre (foto: Wellington Rodrigues)

    Het bijzondere aan dit park is dat het niet alleen het land beschermt, maar ook de zee. Water beslaat ongeveer 30% van de totale parkoppervlakte.

    In het zuidelijkste deel van het park liggen twee kleine eilandjes, de Scoglio Grimaldo en de Scoglio Ferale, in het noorden de Scoglio Gagiato.

    In de Cinque Terre ligt 120 kilometer aan wandel- en hikingpaden. De Sciacche-trail, vernoemd naar de dessertwijn uit de Cinque Terre, is de meest bekende.

    Wandelen langs de 5 dorpen van de Cinque Terre
    Wandelen langs de 5 dorpen van de Cinque Terre (foto: Suborna Jahan)

    De vijf plaatsjes van de Cinque Terre zijn met elkaar verbonden door de Sentiero Blu, het blauwe pad. De tocht van Monterosso al Mare naar Vernazza is de zwaarste etappe, die van Manarola naar Riomaggiore is echter vrij makkelijk te wandelen en voert over de bekende Via dell’Amore.

    4. De waterval van Acquacheta

    De Cascate Acquacheta
    De Cascata Acquacheta (foto: Wikimedia)

    Het nationaal park Foreste Casentinesi ligt in de Apennijnen tussen Florence en Forlì. In het park loopt de beek Acquacheta die, vlak voordat deze uitmondt in de rivier Montone, zo’n 90 meter naar beneden klatert. Het is daarmee een van de hoogste watervallen in de noordelijke Apennijnen en bekend omdat Dante Alighieri erover schreef in een van de verzen in zijn De goddelijke komedie.

    Je kunt de waterval bereiken na een wandeling van twee uur die start in San Benedetto in Alpe. Zeker in het voor- en het najaar is de beloning aan het eind van de wandeling groot: de extra watertoevoer door respectievelijk het smeltwater en de regen zorgt ervoor dat de waterval nog mooier is om naar te kijken.

    5. Abetone

    Hoewel je bij wintersport al gauw aan de bekende skigebieden in Oostenrijk of Zwitserland denkt, is het verrassend om te ontdekken dat de Apennijnen een schatkamer voor wintersporters is. Dit gebied omvat veel skilocaties die nog niet ontdekt zijn door de grote massa.

    De Apennijnen bij Abetone
    De Apennijnen bij Abetone (foto: Wikimedia)

    Het Toscaanse Abetone is een van de belangrijkste skigebieden in de Apennijnen met meer dan 54 kilometer skipistes verdeeld over 4 dalen. Maar Abetone heeft ook in het zomerseizoen veel te bieden.

    Je kunt er prachtig wandelen in de omgeving of via een hiketrail de Monte Cimone beklimmen. Vanaf de top heb je een prachtig uitzicht over de Alpen, de Adriatische Zee, de Tyrreense Zee, de berg Amiata en de eilanden Elba en Corsica.

    Mountainbikers kunnen hun hart ophalen in het Gravity Park. Met de ski-installaties kun je je mountainbike meenemen naar de top van de berg en vervolgens langs de hellingen van de skipistes naar beneden zoeven. De routes van 3 tot 6 kilometer zijn geschikt voor zowel beginners als gevorderden.

    Downhillen in Abetone:

    Het centrale gedeelte van de Apennijnen

    Dit gedeelte van de Apennijnen loopt van de bergpas Bocca Trabaria tot aan de Bocca di Forlì op de grens tussen de Abruzzen en Molise. Of tot aan een denkbeeldige lijn die loopt van Terracina aan de Tyrreense kust naar Vasto aan de Adriatische Zee.

    In het centrale deel en dan met name in de Abruzzen, liggen de hoogste bergen van de Apennijnen: meer dan de helft is hoger dan 750m. Het landschap wordt gedomineerd door bergmassieven met kale toppen en oude beukenbossen en bloemenweides op de flanken. En je hebt er een vrij grote kans om dieren als otters, wolven, edelherten, wilde zwijnen, gemzen en zelfs beren te spotten.

    6. Assisi

    In Umbrië ligt een van de beroemde steden van Italie: Assisi. Deze bedevaartsplaats staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

    De skyline van Assisi
    De skyline van Assisi (foto: Wikimedia)

    Assisi is onlosmakelijk verbonden met St. Franciscus, de heilige die afstand deed van al zijn bezittingen om de armen te helpen en de kloosterorde van de Franciscanen of Minderbroeders stichtte.

    De prachtige Sint-Franciscusbasiliek ligt op de Monte Subasio. De basiliek bestaat uit twee op elkaar liggende kerken en een crypte met het graf van de heilige. Tijdens de aardbeving van 1997 raakte de basiliek zwaar beschadigd. Een deel van het gewelf stortte in en onder andere de fresco’s van Giotto over het leven van St. Franciscus vielen in ontelbare stukjes van de muur. Sindsdien zijn zowel de basiliek als de stad zelf weer grotendeels gerestaureerd.

    De schade door de aardbeving is ook gefilmd:

    Het Piazza del Comune is het grootste plein van Assisi. Aan het grote plein ligt het gemeentehuis Palazzo del Capitano del Popolo, voorzien van een enorme toren. De grote zuilen naast de toren behoren tot de Romeinse tempel van Minerva, waarachter een kerk is gebouwd.

    Rick Steves over de schoonheid van Assisi:

    Neem ook een kijkje in de dom, bij de Basiliek van Clara van Assisi en natuurlijk mag je de Rocca Maggiore niet overslaan. Die is gelegen op het hoogste punt van de stad en kijkt uit over de omliggende vallei.

    7. De Cascate di Marmore

    Op ongeveer 7 kilometer van de stad Terni in Umbrië ligt een waar spektakel op je te wachten: de watervallen van Marmore. Deze watervallen werden zo’n 2.000 jaar geleden door de Romeinen aangelegd.

    Een van die bijzondere plekken in de Apennijnen: de watervallen van Marmore
    Een van die bijzondere plekken in de Apennijnen: de watervallen van Marmore (foto: Pixabay)

    De Cascate di Marmore vallen in drie delen naar beneden over een totale hoogte van 165 meter. Het zijn daarmee de hoogste watervallen ter wereld die door mensen gemaakt zijn.

    Er zijn twee bijzondere uitzichtspunten. Het eerste is Il Balcone degli Innamorati, het Balkon van de Verliefden. Je kunt het alleen bereiken via een 50 meter lange tunnel. Het tweede is de Specola die in opdracht van Paus Pius VI werd aangelegd.

    De watervallen zijn niet altijd te bewonderen. Het water wordt al zo’n 50 jaar gebruikt om de elektriciteitscentrale Galleto te laten draaien. Met uitzondering van de wintermaanden, waarin de watervallen alleen tijdens het weekend functioneren, heb je ’s middags rond 12 uur en rond 15 uur de grootste kans om ze te kunnen bekijken.

    8. Nationaal natuurreservaat Gran Sasso e Monti della Laga

    In dit nationale park ligt de Gran Sasso, een van de drie hooggebergten van de Abruzzen. Je vindt hier niet alleen de zuidelijkste gletsjer van Europa, maar ook de Corno Grande.

    De Corno Grande in de Abruzzen
    De Corno Grande in de Abruzzen (foto: M. Bos – Flickr)

    Deze berg is met zijn 2.912 meter de hoogste van de Apennijnen op het vaste land. Als beginnende hiker kun je via de Via normale naar de top trekken. Als je een goede conditie hebt, is het geen al te zware route.

    Je beloning is een mooi uitzicht over de bergketen met in de verte de Adriatische Zee. Meer ervaren hikers mét klimervaring kunnen de zigzagroutes nemen nemen die veel directer naar de top leiden. Welke route je ook kiest: de kans is groot dat je onderweg gemzen en adelaars tegenkomt.

    Mooie video-impressie van de Gran Sasso:

    Kenmerkend voor het ruige gebied van de Gran Sasso zijn de uitgestrekte hoogvlaktes. De Campo Imperatore is de grootste hoogvlakte van Europa. In het voorjaar kleuren allerlei zeldzame wilde bloemen de vlakte, wat dan prachtig afsteekt tegen de witte krijtrotsen die de vlakte omringen. Je kunt de Campo Imperatore vanuit Fonte Cerretto met een kabelbaan bereiken.

    9. L’Aquila

    In 2009 verwoestte een aardbeving een groot deel van huizen, gebouwen en monumenten in de stad L’Aquila. Tot op vandaag de dag wordt er nog hard gewerkt aan het herstel van de stad. Maar dat is geen reden om de stad links te laten liggen als je in de buurt bent. Het oude stadscentrum van L’Aquila is vrij goed bewaard gebleven en zeker een bezoek waard.

    L'Aquila: de fontein met de 99 tuiten
    L’Aquila: de fontein met de 99 tuiten (foto: Wikimedia)

    De Basiliek van San Bernardino is, samen met de kerk van San Giuseppe, de enige die je ook van binnen kunt bekijken. Het Spaanse fort kun je helaas alleen van buiten bekijken, maar de omgeving ervan is tegenwoordig een van de meest bezochte plekken in het historische centrum. In het grote park kun je wandelen, uitrusten op een bankje of een aperitiefje drinken bij een kiosk.

    Sla ook La fontana delle 99 cannelle, de fontein met 99 tuiten, niet over. Deze fontein werd in 1272 gebouwd en is anders dan andere fonteinen. Hij is opgebouwd uit drie met roze en wit marmer geblokte wanden waarop 99 verschillende stenen maskers bevestigd zijn.

    Uit de mond van elk masker stroomt water een bassin in.De fontein staat symbool voor de stad: volgens de legende waren het 99 kastelen die in 1254 besloten om samen de stad L’Aquila te stichten.

    10. Alba Fucens – een Romeinse ontdekking

    Op slechts een paar kilometer van Avezzano in de Abruzzen ligt Alba Fucens, een archeologisch park, waar de eerste opgravingen vlak na de Tweede Wereldoorlog plaats vonden. Alba Fucens was een typisch Romeins fort met verdedigingsmuren en 4 stadspoorten. Er werden onder meer een marktplaats en met prachtig mozaïeken gedecoreerde thermen gevonden.

    Archeologisch park Alba Fucens:

    Je kunt in het park verder de overblijfselen van een Romeinse domus bezoeken en wandelen tussen de kolonnen rondom de binnentuin, die door archeologen weer overeind zijn gezet. Ook de taberna’s zijn extreem goed bewaard gebleven, met de originele vloeren, de loden leidingen van de wasbakken en vrijwel intact gebleven toonbanken.

    Onderaardse onderzoeken hebben zelfs een efficiënt rioolsysteem blootgelegd. Wil je je dus echt eens in een oude Romeinse stad wanen, dan is Alba Fucens de plek om naar toe te gaan.

    Zuidelijke deel van de Apennijnen

    Het laatste, zuidelijke, deel van de Apennijnen loopt vanaf die denkbeeldige lijn die je kunt trekken van Terracina aan de Tyrreense kust naar Vasto aan de Adriatische Zee tot aan de Straat van Messina in Calabrië.

    Maar daar eindigen de Apennijnen echter niet: de bergketen loopt zelfs door op het noordoostelijke deel van Sicilië. De bekendste top van dit deel van de bergketen is dan ook de Etna, die met zijn 3.340 meter de hoogste is die je in de Apennijnen kunt vinden.

    De Etna: eindpunt van de Apennijnen
    De Etna: het markante eindpunt van de Apennijnen (foto: Wikimedia)

    11. Het nationale park van de Matese

    Dit natuurpark ligt in op de grens tussen Campanië en de Molise. Het is een paradijs voor iedereen die graag actief is in de buitenlucht: je kunt er naar hartelust mountainbiken, hiken, grasskiën, deltavliegen, paardrijden en speleologische excursies doen.

    Maar dat actieve is natuurlijk niet verplicht. Je kunt er ook gewoon ontspannen genieten van zachtglooiende landschappen en meren met helderblauw water waarin je de toppen van de omliggende bergen weerspiegeld ziet.

    Lago del Matese: het hoogstgelegen meer van Italië
    Lago del Matese: het hoogstgelegen meer van Italië (foto: Wikimedia)

    Een van de mooiste plekjes om te picknicken is het Matese-meer, het hoogstgelegen meer in Italië. Het ligt aan de voet van de bergen Miletto en Gallinola en is gevuld met het smeltwater dat van deze bergen naar beneden stroomt.

    12. Sentieri degli Dei – Amalfikust

    Als je houdt van een stevige wandeling of je hand niet omdraait voor een hike waarbij je af en toe moet klimmen, kun je je hart ophalen in de natuurreservaten van de Apennijnen. Je vindt er over het algemeen zowel relatief lichte wandelroutes als zwaardere hiketrails waarbij je bereid moet zijn om van tijd tot tijd te klimmen om van mooie uitzichten te genieten.

    Er zijn twee tochten die je als echte hiker een keer gedaan moet hebben. De eerste is de tocht naar de top van de Corno Grande in het natuurreservaat van de Gran Sasso e Monti della Laga (zie hierboven) in het centrale deel van de Apennijnen.

    De tweede tocht ligt langs de Amalfikust in de Campanië. De Sentiero degli Dei, het pad van de goden, is een trail die vrij bekend is bij hikers.

    De tocht is middelzwaar en niet aan te raden als je last van hoogtevrees hebt. De Sentiero loopt vanaf Agerola via Nocelle naar Positano en leidt je langs begroeide, terrasvormige rotsen met uitzicht op de helderblauw zee, het eiland Capri en de kust.. De wandeling is 8 kilometer lang en daar doe je ongeveer 4 à 5 uur over.

    13. Scalea

    Deze stad ligt aan de prachtige Rivièra van de Ceders. Het burchtstadje werd ooit beschermd door een stadsmuur met vier stadspoorten en omvat talloze torens. Vanaf kleine landtongen, uitlopers van de Apennijnen, heb je een prachtig uitzicht over een blauwe zee met kristalhelder water.

    Scalea in de zuidelijke Apennijnen
    Scalea in de zuidelijke Apennijnen (foto: Wikimedia)

    De Torre Talao is zonder twijfel het symbool van de stad. Hij staat boven op een rots, die in een ver verleden omringd werd door water en een eilandje voor de kust was.

    Dronebeelden vanaf de Torre Talao, het eiland dat geen eiland meer is:

    In het historische centrum vind je tal van monumenten zoals het Palazzo dei dei Principi, het Palazzetto Normanno, de kerk van Santa Maria di Episcopio en de Romeinse sarcofaag.

    Vanaf de pleinen in de stad zoals het Piazza Maggiore de Palma heb je een prachtig uitzicht. En natuurlijk moet je de trappen met de steeds hoger worden treden van de Via Cesare de Bonis beklimmen die je naar de Torre Cimalonga en een klein antropologisch museum brengen.

    Moe gewandeld? Dan is het goed toeven op één van de vele stranden die je in Scalea kunt vinden.

    14. Cosenza

    Cosenza wordt wel ‘het Athene van Calabrië’ genoemd: het lijkt een concentraat van kunst, cultuur en tradities. Je kunt er met gemak een dag rondlopen en iedere keer opnieuw verrast worden.

    Het historische centrum is een doolhof van kleine straatjes waar je opeens voor elegante gebouwen, indrukwekkende kerken, kloosters en pleinen staat.

    Ford Ka boven aan de trap in Cosenza
    Mamma mia, hoe heeft-ie dat voor elkaar gekregen? (foto: Pom’ – Flickr)

    Wat je absoluut niet mag missen bij een bezoek aan Cozenza? De kathedraal van Santa Maria Assunta! Rond 1.050 werd er begonnen met de bouw en vanwege de lange geschiedenis vind je verschillende stijlen in de bouw terug, ook al is de basisstructuur typisch Romaans.

    Op de Colle Pancrazio, een van de hoogste punten van de stad, staat het Normandisch-Zwabische kasteel.

    Wat zeker ook een bezoek waard is, zijn de opgravingen van Piazzetta Antonio Toscano in het historische centrum. De archeologiche vondsten dateren uit de 3de en 4de eeuw voor Christus, de Griekse periode van de stad.

    Panorama van Cosenza
    Panorama van Cosenza (foto: Wikimedia)

    Hier zijn ook delen van een woning gevonden uit de eerste eeuw voor Christus. De belangrijkste ontdekking stamt echter uit het Romeinse tijdperk: een domus van een rijke familie met restanten van elegante mozaïekvloeren en muren die versierd zijn met veelkleurig pleisterwerk.

    15. Het nationale park van de Nebrodi – Sicilië

    De Nebrodi is het grootste natuurpark dat je op Sicilië kunt vinden. En het vormt een enorm contrast met het gangbare beeld van een droog Siciliaanse landschap: door de dichte bossen, de hoge bomen en de lagere temperaturen is het een onverwacht heel groene omgeving.

    Parco dei Nebrodi
    Parco dei Nebrodi (foto Wikimedia)

    De asymmetrische hellingen en de groene weides zijn, net als de meertjes die je er vindt, kenmerkend voor het park.

    En ben je benieuwd hoe een meer uitziet dat niet blauw, maar rood is? Ga dan in de zomer naar het Biviere Meer. Een kleine alg op de meerbodem zorgt voor een bijzondere rode kleur van het water.

    Jouw mooiste plekken in de Apennijnen?

    Dat waren ze volgens ons, de 15 mooiste plekken in de Apennijnen. Maar je bent mogelijk zelf ook weleens op een schitterende plaats in deze bergketen geweest. Vertel ons hieronder welke mooie plekken volgens jou ook een plaatsje in deze lijst hebben verdient.

    Bekijk ook: de mooiste plekken in Italië.

  • in ,

    Column: chiuso per ferie

    Chioso per ferie (wegens vakantie gesloten)

    Terwijl menig Nederlander zich in deze periode richting de Italiaanse Bloemenrivièra of het Gardameer begeeft, puffen de Italianen zich nog door de laatste werkweken heen. De vakantie is in Italië pas van kracht als de maand augustus aanbreekt. Hoewel steeds meer Italianen proberen om wat flexibeler te reizen en in juli al op vakantie te gaan, blijft de eerste week van augustus vaak toch echt de laatste werkweek en dan is er ruimte voor twee of drie weken zon, zee en strand.

    Ik kijk met enige fascinatie naar deze laatste weken. Zoals altijd komt het weer op het laatste moment aan: iedereen probeert nog gauw zijn lopende zaken af te ronden en werkt zich drie keer over de kop, alsof er na de zomervakantie geen tijd meer is om nog verder te werken.

    Mails, urenlange vergaderingen, terwijl langzaam de gedachten afdwalen naar dat moment dat je in de auto stapt en koers zet richting zee, waar vaak het tweede huis al mare staat te wachten om betreden te worden.

    Vakantie all’italiano

    Ja, wat houdt het dan eigenlijk in om op z’n Italiaans vakantie te vieren? Wat doé je dan? Nou zou het generaliserend zijn als ik schrijf dat íedere Italiaan zo op vakantie gaat, maar de meesten doen echt helemaal niets.

    Ze staan ’s ochtends op hun gemak op, ontbijten in de bar en halen boodschappen voor de lunch of gaan naar het strand. Terwijl de lunch wordt voorbereid door aangesloten familieleden wordt er wat gezwommen.

    Rond lunchtijd gaat iedereen weer terug naar huis om daar een heerlijke pasta of andere fijne lekkernijen te eten om daarna vooral lekker uit te rusten, want ja, zwemmen, slapen en eten is een zeer vermoeiende bezigheid.

    Vervolgens gaan ze na een dutje (vaak ook wel onder de parasol op het strand, want direct gaan zwemmen na het eten zit er toch niet in volgens de Italiaanse gezondheidskenners), weer lekker naar zee waar ze blijven tot zonsondergang. Om vervolgens (ja!) weer te gaan eten en daarna heerlijk over de boulevard te flaneren en zich vooral te zien met vrienden en kennissen.

    Ons kent ons

    Het leven aan zee is een ‘ons kent ons’-gebeuren. Vaak komen dezelfde mensen er al generatie op generatie, omdat ze een eigen huis hebben of het appartement huren in het complex waar hun ouders en grootouders dat ook al deden.

    Zo zijn hele generaties met elkaar opgegroeid en zien ze elkaar alleen in de zomer, want het Italiaanse leven is wel zo ingericht dat de verschillende clubjes elkaar door het jaar heen niet echt kruisen.

    Als je elkaar kent van zee dan ga je daar met elkaar om en wanneer je elkaar toevallig in de stad tegenkomt, groet je alleen en loop je weer verder.

    In sommige gevallen (ik spreek voor Toscane en Florence) is het zelfs zo duidelijk dat als je elkaar niet in je clubje tegenkomt er niet wordt gegroet, maar vaak wordt genegeerd. (Ik spreek uit ervaring, een zeer aparte gewaarwording als je dan vrolijk op iemand afstapt die vervolgens dwars door je heen kijkt).

    Italianen naar het buitenland

    Dat is weer een heel andere inslag. Want de thuis-blijf-Italiaan gaat voornamelijk voor eten en zee, waar de ik-ga-op-reis-Italiaan juist meer (georganiseerd) op (verre) reis naar het buitenland gaat.

    Brazilië, Indonesië, Peru, China: vaak willen Italianen echt wel iets zien van de wereld. Cultuur snuiven, twee weken rondreizen, anders eten (en daar soms een beetje over klagen), foto’s maken en actief de vakantie door. Een schril contrast dus met hun thuisblijvende medebewoners.

    Doet me denken aan twee vrienden van me die verleden jaar naar China zijn geweest. Dat was een happening voor ze: twee jonge Italianen die vrijwel hun hele leven in de Versilia op vakantie zijn geweest en dan ineens koers zetten naar Peking en Hongkong. En wat waren ze onder de indruk (maagklachten en af en toe slecht eten daargelaten)!

    En wat doet de import-Italiaan dit jaar?

    Wellicht vind je het leuk om te weten of kan ik je nog ergens mee inspireren.

    Ik zit dit jaar te twijfelen tussen een week bij vrienden in Abruzzo of een week bij vrienden in Trento. Zee of bergen. En ik neig erg naar de zee, net zoals mijn landgenoten.

    Witte wijn, vis, zon, fijne muziek en vooral even anderhalve week van boeken lezen, uren slapen en proberen om niet te denken aan alle dingen die ik nog moet, kan en wil gaan doen in de tweede helft van het jaar.

    Meestal zet een rustperiode juist weer zoden aan de dijk om na te denken over de toekomst en dat kan verhelderend en eveneens vermoeiend zijn.

    Mijn missie dit jaar is dan ook om even in het ‘nu’ te zitten, te zijn en daar van te genieten. Aan de omgeving en de entourage zal het in ieder geval niet liggen.

    Nu mijn vakantieknop nog om en aftellen richting 10 augustus als ik net als mijn slager, bakker, de mensen in de kantoren en de snuisterijenwinkels het bordje omdraai en vrolijk roep: chiuso per ferie.

  • in ,

    Italiaans kookboek: Made at home

    Van Locatelli heb ik al weleens een boek bij een vriendin of bij de bibliotheek zien liggen. Een dikke bijbel gedrukt op rijstpapier zonder plaatjes. Mijn vriendin zwoer erbij, maar ik zag geen plaatjes! Een kookboek zonder plaatjes is als wijn zonder glas, een tandem zonder bijrijder, een zeilboot zonder wind! Gelukkig is er nu Made at home, mét plaatjes van fijne Italiaanse recepten!

    Plaatjes

    Het nieuwe Italiaanse kookboek van Giorgio Locatelli bevat maar liefst 150 recepten en is leuk ingedeeld. Van verschillende toprecepten zijn vier versies opgenomen:

    • 4 x nachtelijke spaghetti
    • 4 x gnudi
    • 4 x risotto
    • 4 x gnocchi
    • 4 x crostini
    • 4 x tomatensaus
    • 4 x burrata
    • 4 x polenta
    • 4 x rijstchips
    • Enzovoorts…

    Het is leuk dat je zelf je favoriete versie kunt kiezen, met ingrediënten die jou aanspreken. Het boek doet heel zomers aan: lichte foto’s, linnen blouses, veel buitentafels, wit servies, zon, zee en strand. Bij elk recept staat een kort verhaaltje, de ingrediënten en de bereidingswijze.

    Kooktrend: inmaken

    Het is een trend, zelf je groenten inmaken. Ik durf dat niet zo goed, want ik ben ontzettend bang voor botulisme. Je kunt erg ziek worden als je je groenten, vlees of vis niet goed steriel inmaakt.

    Ik ben een kind van deze tijd, een supermarktjunkie die is opgegroeid met pakjes en zakjes van Knorr en Honig en de doorgekookte bloemkool van mijn oma. Tot het moment dat iemand mij voor kan doen hoe je veilig inmaakt, durf ik het niet.

    Op internet kun je ook informatie vinden, maar die is ook wel eens onvolledig. In dit boek, en ook in het boek Mangiamo van Antoinette Coops dat onlangs is uitgekomen staan recepten voor giardiniera, ingelegde groenten. In dat boek vind je ook hoe je de potten veilig moet steriliseren.

    Proberen maar!

    Ik probeerde een aantal gerechten uit het boek. Ik liet mijn zoontje wat uitkiezen, want dan is de kans groter dat hij het ook opeet. Hij koos voor sartù, een risottotaart met veel vlees. Die was lekker, en ik noem dat dan seksistisch mannenvoedsel: veel koolhydraten en eiwitten.

    Zelf liet ik mijn oog vallen op de pappa al pomodoro. Ik denk dat dat een gerecht is dat je gewoon in Italië moet eten. Het resultaat is zo afhankelijk van de kwaliteit van de producten dat je het in Nederland of België nooit krijgt zoals het hoort. Het zuurdesembrood en de tomaten van de supermarkt leidden bij mij niet tot enthousiasme voor dit gerecht. Op naar het volgende!

    Ik probeerde de koude tomatensoep (heerlijk en makkelijk), een spinaziesoep met gepocheerd ei (lekker, maar een ei pocheren deed ik voor de eerste keer en dat was nog niet zo makkelijk (hoe zorg je ervoor dat dat die dooier mooi ingepakt in het eiwit blijft?) en de paradijstaart (superlekker en heel makkelijk).

    Ook probeerde ik gnudi uit, ricottaknoedels met paddestoelen. De ricottaknoedels mislukten. Ik gebruikte supermarktricotta van Galbani en het lukte me niet om deze voldoende uit te laten lekken om er balletjes van te kneden. In het recept stond geen bloem om deze balletjes iets te verstevigen. Misschien gaat Locatelli teveel uit van Italiaanse kwaliteitsproducten die wij hier niet kunnen krijgen?

    Ook op de bucketlist

    Per saldo vind ik het echt wel een fijn kookboek. Zo staat er ook een recept in voor pasatelli. Deze ga ik maken met de pastamachine die ik bij de Antica Aguzzeria del Cavallo in Bologna kocht.

    Ook staat er een Siciliaanse sinaasappeltaart in met chocolade. Als ik die zie, ga ik watertanden. En wat nog steeds op mijn probeerlijst staat is een recept waarin chocolade wordt gecombineerd met vlees: pappardelle met haas en raout met rode wijn en chocolade. Het spreekt tot de verbeelding!

    giorgio locatelli - made at homeMade at home – ruim 150 Italiaanse familierecepten
    door: Giorgio Locatelli
    314 blz.
    € 29,99
    Fontaine Uitgevers, maart 2018
    ISBN 9789059568341

    Koop bij bol.com

  • in ,

    Column: een uitnodiging voor een Italiaanse bruiloft

    De schrik slaat je om het hart bij een uitnodiging voor een Italiaanse bruiloft

    Daar staat hij. Pontificaal in de boekenkast. Een prachtige envelop met een parelmoeren glans. Erin een heel speciale uitnodiging in goudgedrukte letters. De zoon van een van manliefs vele neven gaat trouwen. Als we in de gelegenheid zijn, zijn we van harte welkom om de ceremonie en de rest van het feest bij te wonen.

    Mijn Nederlandse enthousiasme

    Ik vind het altijd wel bijzonder om een Italiaanse bruiloft mee te maken. Iedereen extra chic aangekleed alsof het om de première van een Hollywoodfilm gaat. Een huwelijksceremonie in een prachtig versierde kerk. Gevolgd door een zelfs voor Italiaanse begrippen extreem uitgebreide lunch of diner. Met tussen de gangen door tijd om het eten te laten zakken en bij te praten met familieleden die we lang niet gezien hebben. Zodat je aan het eind van het feest echt iedereen weer gesproken hebt en weet wat er gaande is in hun leven.

    De praktische Italiaanse instelling

    Manlief ontvangt deze uitnodigingen echter met minder enthousiasme. Zijn gezicht betrekt wanneer er weer zo’n mooie envelop uit de brievenbus steekt. Er komt namelijk best wat om de hoek kijken bij een Italiaanse bruiloft en niet alleen voor het bruidspaar. Als bruiloftsgast krijg je te maken met twee belangrijke zaken.

    1. De juiste kleding

    Ten eerste is dat zorgen voor het vinden van een kledingset die bruiloftswaardig is. En nee, je kunt dat setje van de vorige bruiloft niet weer aantrekken. Dat betekent dus stad en land afreizen op zoek naar het perfecte jurkje en het juiste pak. Waar je een passend paar schoenen bij moet vinden, dat je tijdens het feest niet al te veel pijn in je voeten bezorgt. Met accessoires als stropdas, riem, clutch en wat al niet meer om het geheel met oog voor detail af te maken.

    2. De beruchte envelop

    Daarna is het zaak om na te denken over de inhoud van de envelop die je ergens tijdens de bruiloft ongezien in de hand van het bruidspaar moet zien te laten glijden. De Nederlandse gewoonte om € 50 tot € 100 in een envelop voor een trouwend familielid te stoppen, kan volgens de ongeschreven Italiaanse bruiloftsregels echt niet.

    Per uitgenodigd gezinslid € 100 plus de geschatte kosten voor de lunch of het diner is, bij het feest van familie die wat verder van je afstaat, het absolute minimum. Daar kun je met goed fatsoen echt niet onder zakken. Over de bedragen die in envelopjes voor naaste familieleden verdwijnen, zullen we het maar niet hebben. Die zijn gewoon nog duizelingwekkender.

    Alles bij elkaar opgeteld, hangt er aan zo’n mooie envelop dus best een prijskaartje als je er met zijn viertjes naar toegaat. Een extra dimensie, waar ik na al die jaren nog steeds niet meteen aan denk. Ik kijk als eerste naar de plannen op de kalender. Wat betreft dit feest heb ik deze keer mijn twijfels.

    Jammer, maar helaas

    De thuiskomst van manlief verloopt zoals ik verwacht. Zijn gezicht betrekt zo gauw hij de envelop in de kast ziet staan. Hij ploft op de bank, zucht, leest de uitnodiging en ontspant als hij de datum leest. Onmogelijk om in die periode naar het zonnige zuiden af te reizen. Opgelucht grijpt hij de telefoon om de vader van de bruidegom te bedanken voor de uitnodiging. We hadden het ontzettend leuk gevonden om erbij te zijn. Maar dat gaat helaas niet lukken en dat vinden we echt ontzettend jammer.

  • in

    8 redenen waarom een italofiel naar een ander land op vakantie moet

    De grens tussen Italië en Frankrijk rond 1910 (bron: Wikimedia)

    Als italofiel is de kans groot dat je minimaal één keer per jaar naar Italië afreist. Meestal voor een langere (zomer)vakantie. Maar wat nu als je toch eens een keer wat anders wilt?

    ‘Vreemdgaan’ met een ander land is helemaal niet zo erg als het misschien lijkt. Sterker nog, het maakt de liefde voor Italië waarschijnlijk alleen nog maar groter.

    1. Je spreekt de taal niet

    Het is een voordeel om Italiaans (in ieder geval een beetje) te leren spreken, omdat je daarmee je vakanties zoveel rijker kunt maken. Maar als je naar een ander Europees land (of een land buiten Europa) afreist waarvan je de taal niet spreekt, dan voel je je op slag weer zoals tijdens dat eerste bezoek aan Italië. Of als het kind dat zijn buitenlandse vriendjes op de camping niet meteen begrijpt. Je bent aangewezen op je creativiteit en je improvisatievermogen. En ja, dat is soms best een fijne ervaring.

    2. Je leert de goede dingen aan Italië waarderen

    Misschien was je wel een klein beetje vergeten wat Italië nou zo Italiaans maakt. Een ervaring met een vakantie naar een ander land kan dat weer scherp stellen. Waren het de vriendelijke mensen? Het lekkere eten? De prachtige kunstschatten? De zangerige taal? Een ander land is natuurlijk ook mooi, op zijn eigen manier. Maar alleen Italië is Italië.

    3. Je bent niet ‘bekend’ met het land

    Als je altijd naar Italië gaat, raak je goed bekend met het land en zijn gebruiken. In een ander land, waar je misschien nog nooit bent geweest, ben je een onbekende. Je moet alles opnieuw ontdekken, inclusief de taal van nummer 1 in dit lijstje. Dat maakt je vakantie-ervaring extra intens.

    4. Je eet andere dingen

    In een ander land moet je de lokale keuken proeven, zodat je weer andere dingen eet en drinkt. Je verrijkt niet alleen je blik, maar ook je smaakpapillen.

    5. Je betaalt misschien wel met ander geld

    Als je buiten de eurozone op vakantie gaat, betaal je ook nog eens ‘ouderwets’ met andere bankbiljetten en munten. Dat geeft – naast de vreemde taal – toch wel erg het gevoel van ‘op vakantie gaan’ van vroeger. Er gaat niets boven continu moeten berekenen hoeveel dat biertje op het terras en die meloen in de supermarkt nu eigenlijk kosten.

    6. Je rijdt andere routes

    Als je altijd met de auto naar Italië gaat, dan wordt die route op een gegeven moment wel een beetje saai. Je weet precies waar je af moet slaan en waar de files staan. Als je naar een ander land gaat, is ook de weg ernaartoe weer nieuw.

    7. Je maakt grappige ‘foutjes’ waar je later om kunt lachen

    Weet je nog, die eerste keer in Italië? Toen je een biefstuk bestelde en precies dat kreeg: alleen een biefstuk op een bord? Of die smalende blikken toen je die cappuccino na het diner bestelde? Of die ene grappige spraakverwarring met die Italianen die tot grote hilariteit leidde? Je maakt het allemaal niet meer mee als je al jaren naar Italië gaat en dat is eigenlijk best jammer.

    8. Om de volgende keer gewoon weer naar Italië te kunnen

    Nadat je in een ander land bent geweest, kun je de volgende keer weer met des te meer overtuiging tegen jezelf, je gezin en anderen zeggen dat je de volgende keer ‘gewoon’ weer naar Italië gaat.

    Er gaat voor een italofiel tenslotte niets boven Italië.

    Nu willen we graag van jou horen: ga jij als italofiel weleens naar een ander land? Waarom wel of waarom niet? En voelt dat dan een beetje als ‘vreemdgaan’?

  • in ,

    Italiaanse groenten inmaken in het zuur

    Hoe maak je Italiaanse ingemaakte groenten?

    Ingemaakte groenten bij de antipasti, dat heb ik altijd lekker gevonden in Italië. Zou ik dat zelf thuis ook eens kunnen proberen te maken? Ik heb er tot nu toe afstand van gehouden. Omdat ik het niet ken, mijn moeder deed het niet, mijn oma maakte alleen potjes met jam en ooit hoorde ik van iemand dat het dodelijk kan zijn als je niet weet wat je doet. Botulisme kun je niet proeven, zien of ruiken.

    Supermarktzekerheden doen daarentegen af aan de smaak van lekker eten. Ik wil niet die doorgekookte erwtjes en worteltjes van de supermarkt uit een glazen pot! Een culinaire gruwel. Zonder kans op botulisme, want de groenten zijn helemaal doorgekookt.

    Giardiniera

    Toch wilde ik thuis graag giardiniera maken. Italiaanse groenten in het zuur. Ik vergeleek verschillende recepten voor dit gerecht waarin de verschillende kookboeken verschillende pH-waarden en verschillende ingrediënten gebruiken. Het valt mij op dat in veel recepten niet staat hoe je veilig kan inmaken, hoelang je het in je kelder kunt bewaren of hoelang je het, eenmaal open, in je koelkast kan bewaren.

    Er staat een recept, en hoe je het steriel doet, wat een veilige pH-waarde is. Voor de rest: zoek het maar uit. En het is ook niet zo dat ik een meter in huis heb voor het meten van de pH-waarde.

    Op het blog van Leesvoer lees ik: je moet gewoon goed weten wat je doet als je groenten inlegt. Vabbene, maar: hoe moet dat dan, veilig inmaken?

    En toen ging ik doen waarvan je weet dat je het nooit moet doen: informatie over je gezondheid zoeken op internet. Binnen vijf minuten zag ik de CSI al bij mijn voordeur staan, klaar om de doden te identificeren.

    Vertrouwen

    Voor mij is het altijd een kwestie van vertrouwen geweest. Omdat ik consumeerde wat anderen mij voorschotelden. Hoeveel vertrouwen heb je in de vinder van de paddenstoelen of de maker van ingelegde groenten?

    Mijn schoonvader vertrouw ik met tegenzin wat paddenstoelen betreft, maar een Russische vriendin die een geurende pan vol boleten kookte die ze had gevonden langs de provinciale weg voor geen cent. Hoewel ze zelf laaiend enthousiast was over haar gerecht.

    Ach, zei mijn broer. Oma deed het toch ook? Tja, wellicht had ze gewoon geluk. Ik wil zekerheden. Die biedt mijn oma mij niet.

    In een kookboek uit 1978 dat ik van mijn moeder kreeg staat dat het goed is voor je ingemaakte groenten, als je je voorraadkast regelmatig wit. En dat je altijd de modernste inzichten over inmaken moet gebruiken. Ik besluit alléén het laatste advies over te nemen.

    Inmaken in 2018

    Ik krijg hulp van Antoinette Coops, de meest benaderbare Nederlands-Italiaanse receptenschrijver van de giardiniera. Coops vertelt me dat er drie dingen nodig zijn voor botulisme:

    • Een zuurgraad boven 4,6 pH.
    • Afwezigheid van zuurstof.
    • Een bewaartemperatuur van boven de 18 graden.

    Als je echt zeker van je zaak wilt zijn, kun je bij je bij de drogist of online een stripje halen om de pH-waarde te meten. Een waarde van 4,6 betekent dat je inmaakvocht niet per se alleen azijn hoeft te zijn.

    Het inmaakvocht kan best een mengsel van water en azijn zijn. Daarbij geeft het nieuwe boek van Coops wél instructies over hoe je steriel kunt inmaken bij het recept van giardiniera.

    Kookinstructrice Nicolette Versluis van Mijn Kookschool leert me nog dat je niets uit een pot of blik moet eten als het deksel bol staat of als de pot niet meer vacuüm is (dus niet klikt bij het openen).

    Ik besluit voortaan meer te vertrouwen op moderne kookboeken en mijn eigen gezonde verstand in de keuken. Het leven moet ook leuk blijven.

    Heb jij weleens groenten zelf ingemaakt?

  • in ,

    Italiaanse literatuur: Strikken van Domenico Starnone

    Strikken van Domenico Starnone dat in augustus 2017 uitkwam in Nederland was dan wellicht toch van dezelfde schrijver als die van de Napolitaanse romans van pseudoniem Elena Ferrante.

    Jarenlang was het al onderwerp van gesprek. Was Domenico Starnone soms de echtgenoot van de schrijfster? Een Italiaanse onderzoeksjournalist volgde het geld en kwam uit bij de Starnone en zijn vrouw Anita Raja. Zou Raja dan Ferrante zijn? Maar wetenschappelijk onderzoek naar de stijl en het woordgebruik van de boeken, wees toch Starnone zelf aan als de schrijver.

    Hoe dan ook, mijn nieuwsgierigheid was gewekt. En inderdaad, er zitten dezelfde thema’s in. Overspel, liefde, een psychologische roman die zich voor een groot deel afspeelt in Napels. Ook de roman Strikken werd de hemel in geprezen door verschillende grote Italiaanse kranten.

    Het verhaal

    Strikken van Domenico Starnone is een zinderende, woedende roman, het verhaal van een vlucht, van een terugkeer en van de onzichtbare banden die ons voorgoed aan elkaar ketenen. 
    Vanda en Aldo zijn jong getrouwd maar na twaalf jaar huwelijk – jaren waarin de seksuele revolutie ook Italië bereikte – is Aldo toe aan iets anders. Vandaar dat hij nu in Rome zit, verliefd op de vluchtige charme van een jong, onbekend meisje met wie alle dagen vrolijk zijn, terwijl zij met hun twee kinderen in Napels achterblijft, razend, en met onbeantwoorde vragen.

    Moeilijk voor een puriteinse Nederlandse

    Op de achterflap lezen we dat Aldo aan iets anders toe was, ook door toedoen van de seksuele revolutie die Italië bereikte. Ik ben een puriteinse, zeiden Italianen mij wel eens. Ik sluit niet uit dat dat zo is. Italianen zijn vaak uitbundig als levensgenieters. Ik heb moeite met het begrijpen van de motieven die mannen hebben om overspel te plegen.

    En met die vrouwen die zichzelf daardoor verliezen op de manier die Starnone beschrijft. Het mag duidelijk zijn: ik heb nog niet in deze situatie gezeten. Wel begrijp ik wat hersenspinsels zijn en op welke manier je gedachten soms een loopje kunnen nemen met de werkelijkheid en je relaties kunnen vergallen. Daar gaat dit boek ook over.

    Een Italiaans verhaal

    Ben ik nu wereldvreemd als ik de indruk heb dat dit ook een Italiaans verhaal is? Natuurlijk zijn er ook in Nederland mannen die vreemd gaan, ik heb altijd de indruk dat dat bij mensen is die in nog in de veronderstelling verkeren dat het leven saai is.

    Ik word al moe bij de gedachte aan overspel. Lijkt me vreselijk, alleen al qua logistieke organisatie. Maar in Italië zindert de passie wat meer. Hangt ze wat meer in de lucht. Is het de ultieme belediging als je het gebaar van le corna maakt tegen een andere automobilist. Als je suggereert dat zijn vrouw hem bedriegt. In Nederland halen mensen dan hun schouders op.

    Aanrader?

    Wil je wat meer weten over vernietigende krachten in een relatie? In het kader voorkomen is beter dan genezen? Dan moet je dit boek zeker lezen. Het is knap geschreven, de karakters fijnzinnig ontleed, de dialogen scherp en snijdend.

    De schrijver is een meester in het kennen van zijn personages en het benoemen van de diepste krochten van hun ziel. Je blijft na het lezen echter achter met een gevoel van diepe wanhoop en desillusie over de mogelijkheid van échte liefde in een huwelijk.

    Als je dus een positiever verhaal wilt lezen, raad ik je toch echt liever de Napolitaanse serie aan van Ferrante die gaat over de kracht om door te gaan, en niet over de kracht van de vernietiging.

    Strikken
    (download hier gratis het eerste hoofdstuk)
    door: Domenico Starnone (vertaald door Manon Smits)
    176 blz.
    € 18,99
    Atlas Contact, augustus 2017
    ISBN 9789025451714

    Koop bij bol.com

  • in ,

    Column: even terug in Nederland

    Even ben ik weer op Nederlandse bodem. Zeven maanden na de laatste keer. Ik kijk een beetje meewarig uit het raampje van het vliegtuig. ‘Was Nederland altijd zo plat?’ vraag ik me zachtjes af. Naast mij zit een Italiaan die helemaal verknocht is aan Nederland en er het liefste zou gaan wonen. ‘Nederland heeft álles wat Italië niet heeft’, zegt hij met een brok in zijn keel.

    Ik kijk van hem naar de platte lappendeken en kijk hem vervolgens nogmaals vragend aan. Als het Vueling-toestel de Amsterdamse grond raakt en ik ‘Welkom in Nederland’ zie staan, krijg ik kippenvel. Een rare sensatie om hier weer te zijn.

    Nu zul je wel denken ‘joh, zeven maanden, waar maak jij je druk om?’ Gelijk heb je, maar toch… Het voelt gewoon anders. Wellicht omdat ik in Italië in een heel andere wereld leef. Die van opera, optredens, spreken voor groepen en me daardoor veel meer de artiest voel. In Nederland voel ik me anders…

    Een paar voorbeelden

    In Italië kan ik op een plein gaan staan en vanuit het niets ineens het Libiamo nei Lieti Calici gaan zingen of een mooi Dicitencello Vuie. Als ik in Nederland zing, wordt de radio harder gezet, zodat het ineens lijkt of je staat te battelen tegen René Froger.

    In Italië eet ik tussen de middag eigenlijk altijd pasta. Voor een goede, stevige bodem om vervolgens lekker door te kunnen werken tot een uur of zeven in de avond. Lunchen in Nederland is vaak brood of een snotterige uitsmijter met kaas of een ‘snelle salade’. Tijd voor kwaliteit en goed eten is dan wat minder aanwezig.

    In Italië ga ik uit met vrienden en zit ik in de late avond op een pleintje met een gin-tonic of een biertje, in Nederland sta je ongemakkelijk met je hoofd te schudden op de kroegbeat en drink je vooral heel veel. En als ik dan ooit in Italië in zo’n type bar sta, wordt er in ieder geval goed en lang gedanst.

    In Italië is het fijn om er goed uit te zien. Je kleedt je mooi, ziet er strak uit en doet echt je best. Ik zat met een vriendin van me zeer goede Napolitaanse pizza te eten in Utrecht en wat ik toen zag… nou ja, laat maar… je begrijpt vast de strekking wel: kleding heeft in Nederland vaak en vooral een functie*.

    *Je begrijpt dat ik wel een beetje generaliseer om het concept duidelijk te maken.

    Te Italiaans voor een Nederlander

    Tijdens mijn verblijf ben ik gaan eten bij een groep vrienden. En die ken ik al bijna heel mijn leven. Als ik hen moet geloven, ga ik me door in Italië te wonen ook anders gedragen. ‘Je praat meer met je handen, Rein, en je maakt soms rare zinnen,’ zegt mijn oudste en beste vriend.  ‘O ja’, vult hij nog aan: ‘je hebt het altijd koud, ook als wij half overlijden van de hitte,’ lachend neemt hij een slok van zijn wijn.

    ‘Je etenstijden zijn super laat en als je eet dan altijd met liters olijfolie’, roept een vriendin vanuit de keuken, ‘plus je kleedt je alsof je iedere dag een modeshow moet lopen’. Ik begin te lachen. ‘Nou jongens, zo kan-ie wel weer’. ‘Dat vinden wij ook, Mister Cavalli,’ roepen zij vervolgens in koor.

    Te Nederlands voor een Italiaan

    De discussie gaat wel verder, want als ik te Italiaans ben om een Nederlander te zijn, ben ik dan ook te Nederlands om Italiaan te zijn? Het antwoord is absoluut ‘ja’. Dat durf ik volmondig te zeggen.

    Ik ben veel te direct om Italiaan te zijn, kan vaak de subtiele indirecte boodschappen nog niet begrijpen en loop er geregeld tegenaan dat ik te ongeduldig ben. ‘Ja, hoelang moet je hier nou over doen? Dit kunnen we nu toch wel direct beslissen?’ En zo verder…

    Hoezeer ik ook van eten hou, ik combineer nog niet altijd de ijssmaken niet goed, kook de pasta soms te kort of te lang en kan nog steeds niet de perfecte tomatensaus maken. Baccalà alla Livornese is wel baccalà maar in Livorno zouden ze het net anders doen, de olijven zijn niet van het juiste merk en op het gebied van pastadiktes heb ik nog wel het een en ander te leren.

    Englishman in New York

    Ja, en dan sta je dus tussen twee culturen in. En dat is best wel een leuke positie moet ik eerlijk bekennen, want je ziet de wereld een stukje grijzer tussen al het zwart en wit. Daarnaast kun je ook veel meer kiezen.

    Soms is het heerlijk om even de ‘andere’ positie in te nemen. Dat je dan juist heel Nederlands gaat zijn in Italië of juist heel Italiaans in Nederland. Om op die manier ook weer de ogen te openen van je lokale vrienden en kennissen, en ze laten inzien dat bepaalde zaken ook anders kunnen. Vaak meer easy of juist een stuk preciezer.

    Een Englishman in New York? Ja, ik denk dat ik Sting’s gevoel wel begrijp. En dat je vooral jezelf moet blijven in dat geweld, want juist dan kunnen we van elkaar leren. En dat leidt soms tot verrassende uitkomsten.

    Italiaanse vrienden die enorm gaan plannen of mijn geweldige moeder die ineens pasta eet voor de lunch. Ach ja, het kan verkeren.

Laad meer
Congratulations. You've reached the end of the internet.